Oefening van het dagelijks leven, is een typische Montessori term. Op de jaarplanning komt er elke maand één aan bod, Zorg voor de omgeving, Zorg voor jezelf en Wellevendheid (sociale omgangsvormen) Daarnaast zijn er nog Verplaatsten van meubilair en Voeding.

En het mooie is dat bij die laatste, voeding de andere vier heel mooi samen komen…. Na het eten wordt alles, de omgeving dus, weer schoongemaakt. Zorg voor je (innerlijke) zelf en natuurlijk mond poetsen, handen wassen voor en na het eten. Omgangsvormen bij het bereiden en uitdelen van het eten. En om samen aan tafel te kunnen moeten de tafels en stoelen één groot geheel worden, samen dragen dus. Mooi toch…

Hoe is het zo ontstaan, deze term, deze oefeningen? De visie is natuurlijk al lang geleden geschreven, ongeveer 100 jaar geleden. Een andere tijd. Maria Montessori ontdekte dat kinderen het erg fijn vinden de volwassenen om hen heen te helpen, bij huishoudelijke taken bijvoorbeeld. Zo voelen zij zich één met het gezin. En tegelijkertijd zit er stiekem een oefening in van de motorische vaardigheden. Grove motoriek maar juist ook de fijne motoriek wordt goed geoefend. Kijk maar eens naar deze werkjes:

Zowel bij de meloen bolletjes als het sinaasappel persen oefent het kind zijn polsbeweging, maar wel op twee verschillende manieren. Bij het sinaasappelpersen ook nog een oefening in schenken, en daarbij twee bekers, dus je werkt niet alleen voor jezelf, je deelt. Sociale omgang dus.

Het ramen zemen heeft iets magisch, druppels sluiten op het raam (knijpbeweging van de hand) en dan weer weg trekken. Net als papa of mama!

Een werkje dat kinderen al vanaf 2 jaar kunnen doen

Dat is ook de reden waarom er vanuit de Montessori visie gesproken wordt van ‘werkjes’. Kinderen werken, net als de volwassenen in hun omgeving. En werken tegelijk aan hun ontwikkeling. Oefening van het dagelijks leven…

DutchEnglishFrenchGerman
Top